Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 81 - 120 » 98 De wezens in mijn geest

In de jaren tachtig heb ik Russisch gestudeerd. Na twee jaar was ik een beetje trots dat ik mijn kandidaatsexamen Slavistiek had afgerond. Op een goede dag sprak ik met de wijze professor Scharpé, over het zieltogende onderwijs, de beperkte ambities van de studenten in het algemeen en de meisjesstudenten in het bijzonder, en over mijn vorderingen in het Russisch. Uit zijn woorden onthield ik dat je als beginnend student Russisch maar beter bescheiden kon zijn. „Na twee jaar heb je het gevoel dat je alles kunt lezen, maar je begrijpt er niets van.”  Dat was de spijker op de kop.  Lezen ging wel, maar de inhoud van wat je las deed je algauw duizelen. Hier en daar ontcijferde je een stukje zin, maar de totale betekenis  ontglipte je iedere keer weer.

Met zen is het niet anders.  Je leest de soetra’s wel, je reciteert en zingt ze zelfs en je hoopt op hier-en-daar een waar woord, dat het mee insluipe als verboden waar.1  Hoe meer je echter leest, hoe minder je begrijpt. De Bodhidharma moet dat geweten hebben toen hij het had over de boodschap die zich meedeelt van hart tot hart en buiten de geschriften om. Laat ik dus alle teksten maar in de prullenmand kieperen en mij buigen in diepe devotie en namo amida buddha reciteren.

 

En toch, ik wil weten waarover het gaat. Neem nu de Gelofte van de Bodhisattva.

 

Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.

Hoe onpeilbaar de oorzaak van lijden ook is, ik beloof die geheel te verwijderen.

Hoe talloos de poortloze poorten ook zijn, ik beloof ze binnen te gaan.

Hoe oneindig het pad van ontwaken ook is, ik ga daarvan de belichaming aan.

 

Makkelijk zat, dit klinkt vertrouwd. Een bodhisattva zet zich tomeloos in voor de bevrijding van alle levende wezens. Hij probeert de oorzaak van alle lijden - begeerte en afkeer - te verwijderen. Hij schrikt er niet voor terug de uitzichtloosheid van het leven tegemoet te gaan en precies haar te beschouwen als poort naar de bevrijding.  Hij engageert zich ertoe het pad van ontwaken ten einde te gaan door het in al zijn doen en laten te belichamen.  Klaar!

 

Niet zo meteen.  Wat betekenen die voornemens verpakt als geloften nu? Ik vond ergens 2  een verhelderende versie, die duidelijk laat zien wat hier de inzet is:

 

De wezens in mijn geest zijn oneindig,

ik beloof ze te bevrijden.

Begeerte, haat en onwetendheid zijn grenzeloos in mijn geest,

ik beloof ze te beëindigen.

Talloos zijn de dharmapoorten tot mijn eigen natuur,

ik beloof ze alle te leren kennen.

De boeddhaweg is het hoogste wat er is,

ik beloof hem te volbrengen.

 

In mijn geest, in mijn geest, in mijn eigen natuur. Daar speelt alles zich af! Dat staat trouwens ook in de Dhammapada , meteen in dat prachtige Tweelingvers aan het begin:

 

Alle verschijningsvormen van het bestaande hebben het denken als voorloper, het denken als opperste leider, en uit het denken zijn zij gevormd.  

Lijden volgt hem die met onreine gedachten spreekt of handelt, zoals het wiel de voet volgt van degeen die de wagen trekt.

 

Alle verschijningsvormen van het bestaande hebben het denken als voorloper, het   denken als opperste leider, en uit het denken zijn zij gevormd. 

Geluk volgt hem die met zuivere gedachten spreekt of handelt, zoals zijn schaduw die hem nooit verlaat. 3

 

De wezens in mijn geest die ik moet bevrijden zijn het resultaat van onreine gedachten vol angst, misleiding, hebzucht, woede, enz. Als ik me daarvan ontdoe, werk ik tegelijk aan de bevrijding van alle levende wezens om mij heen.

 

De onpeilbare oorzaak van lijden zit in mijn grenzeloze begeerte, haat en onwetendheid, die mijn geest bezoedelen en benevelen.

 

Hoe vertaal je de poortloze poortenTalloos zijn de dharmapoorten, die mij op oneindig veel manieren toegang tot en inzicht verschaffen in mijn natuur.  Boeddhisme is psychologie. Zen leert mij afdalen in de diepste krochten van mezelf. De poort tot mijn ware zelf lijkt vaak gesloten of poortloos, zonder uitweg. 

 

Heel  de dharma, heel het boeddhistisch onderricht leidt tot de waarheid, die niet daarbuiten ligt, maar in onszelf, in onze natuur. De dharma, dat is alles wat verschijnt, alles wat zich voordoet, en dit tot stichting van onszelf en daardoor van alle levende wezens. De dharma, dat is heel onze praktijk, ons dagelijks zitten en opstaan. Dat is de boeddhaweg, het hoogste wat er is.  Die beloven we ten einde te gaan.

 

De gelofte van de Bodhisattva komt uit de Platformsoetra 4 van Huineng, de Zesde Zenpatriarch (681-713):

 

We beloven een oneindig aantal levende wezens in onze geest te bevrijden.

We beloven de ontelbare bezoedelingen in onze geest uit te roeien.

We beloven ons te bekwamen in de ontelbare systemen van de dharma van de essentie van de geest.

We beloven het absolute boeddhaschap van de essentie van de geest te verwerven.

__________________

 1 Multatuli. (197715 ). Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Antwerpen: Ontwikkeling. (Hoofdstuk 15, p. 202)

 2 Bron niet meer te achterhalen.

 3 Harischandra Kaviratna. (1998). Dhammapada: Wijsheid van de Boeddha. Pasadena: Theosophical University Press.

Een modernere vertaling is: Breet, J. & Janssens, R. (2011). De verzameling van korte teksten 1.  Sutta-Nipata &  Dhammapada. Rotterdam: Asoka. (p. 263 vv.)

 4 Mou-lam, Wong. (2001). De Sutra van Hui-neng. Deventer: Ankh-Hermes. (p. 73)