Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 48 - 80 » 74 Jenseits

De volmaakte Weg is niet moeilijk; je moet alleen geen onderscheid maken in je geest.  Als je liefde en haat voorbij bent, is alles zo helder als het volle daglicht.

Streef geen uiterlijke voorwaarden na en verblijf evenmin in de innerlijke leegte.  

 

Verblijf in eenheid met de dingen en alle hindernissen zullen verdwijnen.

Zodra je een geest hebt van goed en fout, raak je verward en verlies je je ware geest.  De twee komen van één, maar er moet ook geen hechting zijn aan dat ene.

 

Door alle dingen gelijkmatig te beschouwen, zul je terug kunnen keren naar de natuur.  Door alle voorwaarden op te heffen, ben je alle onderscheid voorbij.

Eén is het vele en het vele is één.  Als je dit kunt bevatten, ben je vrij van alle zorgen.

 

De oprechte geest is het absolute; het absolute is de oprechte geest.  Door de weg van de taal op te heffen, ben je voorbij het verleden, het heden en de toekomst. 1

 

Toevallig kreeg ik vandaag deze tekst onder ogen.  Hij is van Seng Ts’an (Sosan), de derde zenpatriarch, die leefde in de zesde eeuw. Zijn woorden vatten wonderwel samen wat we de voorbije weken gezegd hebben over de Soetra van de Identiteit van eenheid en veelheid: Eén is het vele en het vele is één.  Als je dit kunt bevatten, ben je vrij van alle zorgen.

 

De volmaakte Weg is niet moeilijk.  Iedereen kan hem gaan, je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben, je hoeft er niet voor ingewijd te worden of lidgeld te betalen.  Leergeld misschien wel.  Want eer je goed doorhebt wat nodig is om hem te gaan, is je leven al een heel eind weggevloeid. 

Wat je nodig hebt is van een verwarrende eenvoud: maak geen onderscheid in je geest. Soms luidt de vertaling: De volmaakte weg is eenvoudig voor wie geen voorkeuren heeft. 2 Hecht je dus niet aan voorkeur of afkeer.  OORDEEL NIET!

Nochtans, dat is wat we voortdurend doen. Een jongetje van elf vraagt aan zijn opa hoe het komt dat er op de speelplaats zoveel dwazeriken rondlopen.  Het antwoord van de opa ken ik niet, maar misschien is het wijs zich af te vragen ‘wie de vraag stelt’, met andere woorden waar het onderscheid dat het jongetje maakt tussen dwazeriken en slimmeriken vandaan komt.  Dat heeft hij niet uit zichzelf. Dat komt niet uit zijn ware zelf, zijn oorsprong. Elk onderscheid komt voort uit onze - aangeleerde - taal en begrippen, waarmee we gemakshalve etiketten kleven op wat zich aan ons voordoet. We stellen daarmee voorwaarden: wie het verkeerde etiketje blijkt te dragen, vliegt eruit.  Dwazeriken links en af, slimmeriken rechts en voorwaarts.

Het zenalternatief komt neer op de wijsheid van het Web van Indra.  Je kunt er niet uitvallen. Iedereen wordt gered, ook de verdoemden. Of we dat nu leuk vinden of niet, we zitten in hetzelfde schuitje, we zijn samen alleen, in ons allemaal zit het ware zelf (God, de tao, de Ene…).  Zonder onderscheid, zonder oordeel, want wie oordeelt over zijn naaste, oordeelt slechts over zichzelf.  Ook in onze onvolmaaktheden zijn we immers een en dezelfden:

 

de rekkelijken en de preciezen, 

de modernen en de antieken, 

de slaanden en de zalvenden, 

de norsen en de gezelligen, 

de macho’s en de doetjes, 

de slimmeriken en de wijzen, 

de syndicalisten en de anarchisten, 

de strengen en de milden, 

de armen en de rijken, 

de wringers en de tegenwringers, 

de relativisten en de absolutisten, 

de snellen en de slomen, 

de blozers uit schaamte, de blazers uit onmacht, 

de schatjes en de watjes, 

de nauwgezetten en de sloddervossen, 

de vrienden en de kennissen, 

de naïeven en de cynici, 

die van de geest en die van de wet, 

de modieuzen en de gedemodeerden, 

die voor zijn en die tegen zijn, 

de zuren en de zoeten, 

de verlichten en de romantici,

de gelovigen, de ongelovigen en goedgelovigen, 

de atheïsten en de boeddhisten, 

de beunhazen en de angsthazen, 

de bevlogenen en de uitgeblusten, 

de profeten en de doemdenkers, 

de vergevers en de rancuneuzen, 

de blaffers en de bijters, 

de zwaar- en lichtbeschadigden, 

de doeners en de denkers, 

de gierigen en de vrijgevigen, 

de drinkers en de nuchteren, 

de tetteraars en de zwijgers, 

de dames en de heren, 

de ouden en de jongen, 

de doden en de levenden.

 

Zodra je een geest hebt van goed en fout, raak je verward en verlies je je ware geest.(lees: je ware zelf) Maar...Als je liefde en haat voorbij bent, is alles zo helder als het volle daglicht.

 

Liefde en haat voorbij, goed en fout voorbij, wat betekent dat? Voorbij, jenseits in het Duits. Aan de andere zijde. Jenseits von Gut und Böse, zegt Nietzsche. Aan de andere zijde van Goed en Kwaad, aan de andere zijde van de oordelende - in zijn geval christelijke - moraal. Nog nooit heeft zich voor roekeloze reizigers en avonturiers een diepere wereld van inzichten geopend […] Want de psychologie is van nu af weer de weg tot de fundamentele problemen.  

Wie het gebied voorbij goed en kwaad durft binnen te gaan, betreedt een wereld van diepere inzichten, zo helder als het volle daglicht, zegt Seng Ts’an. Wie psycholoog blijft, vol mededogen, in plaats van moralist te worden vol gestrengheid, vindt de toegangsweg tot de fundamentele problemen. 3

Door alle dingen gelijkmatig te beschouwen, in het licht van de eeuwigheid, zul je terug kunnen keren naar de natuur, zul je je ware aard, je ware zelf ontdekken.  Dan is alle besef van onderscheid - tussen goed en fout, tussen verleden, heden en toekomst - opgeheven.  Voorbij. Jenseits.

_____________

1 Smith, J. (1999). 365 Dagen zen. Utrecht: Servire. (p. 216)

2  De volledige tekst staat - in een mooie vertaling - op http://www.thomasevangelie.nl/zen/teksten.htm

3  Nietzsche, Fr. (2009).Voorbij goed en kwaad. Voorspel tot een filosofie van de toekomst. Amsterdam/Antwerpen:De Arbeiderspers. (p. 32)