“En wat doen jullie daar dan tijdens zo een meditatiesessie?”.

Als ik me er makkelijk van af wil maken, antwoord ik: “Gewoon, in stilte op je achterste zitten, en blijven ademen.” Stil zitten ademen. Zo eenvoudig is het.

 

Maar in de zenwereld wordt het eenvoudige al snel gecompliceerd als je je erop gaat concentreren. Al snel verlies je de moed als je het advies ter harte neemt om je adem te observeren, je in- en uitademen te tellen. Je raakt de tel meteen weer kwijt bij dat soort aandachtsmeditatie, je gedachten gaan met je aan de loop en die hebben zelden of nooit te maken met de kwaliteit van je adem. Overigens, het is ten strengste verboden aan je adem enige kwaliteit toe te kennen. Ook dat nog! Ademen op z’n zens is niet eenvoudig. Waar blijven nu die zo geroemde kalmte en dat evenwicht tussen lichaam en ziel?

 

Zou het nu in zen echt om dat soort adem gaan? Ik dacht het niet. De Adem, dat is de geest zoals die op Pinksterdag wordt gevierd. Een kracht, een bezieling, een aanstekelijk vuur, dat onvermoed kracht en leven geeft aan een bestaan dat was ingedut door moedeloosheid en ontgoocheling. Een kracht die je anders doet spreken, in “tongen”, dat wil zeggen in talen waarvan je niet het flauwste vermoeden had dat je ze beheerste. Ook zen doet je anders spreken, misschien niet met de bevlogenheid en de bekeringsdrift van een apostel, maar wel in een taal die oproept tot wakker maken van alles wat was ingedommeld. Vuur dat doet ontwaken.

 

In de christelijke traditie wordt de Geest ook wel de Parakleet genoemd. Letterlijk betekent het woord zoiets als hij die erbij geroepen wordt om iemand terzijde te staan. Een soort advocaat dus, een pleitbezorger. Misschien zijn de zenboeddhistische parakleten wel de talloze bodhisattva’s, die vanuit hun oeverloze mededogen met alle levende wezens ons leren hoe wij onze medemens terzijde kunnen staan om hem te redden. Zo worden we op de duur zelf Parakleet, of Grote Trooster.

 

Het gregoriaanse Veni Creator Spiritus begint met de woorden Kom Schepper, Geest. De Geest, dat is de scheppende kracht, die aanwezig is in alles wat bestaat,  in de tienduizend dingen, zouden de Oude Chinezen zeggen. Die Geest vaardig over je laten worden is mee bewegen op de stroom van het Tao, anders gezegd door niet-handelen (wu-wei) de Weg (Tao) gaan. Daarbij voel je je gedreven door het Te, de kracht die je laat voelen dat je spontaan en van nature alles al in je hebt om te worden wie je in wezen bent. Er hoeft niets bij, er hoeft niets af, alles is aanwezig én in dynamische harmonie. Het komt erop aan die harmonie van yin en yang te leren zien en ervaren.

De Weg, de kracht, de Geest, we vatten ze allemaal onder die ene noemer: alles wat ademt en leeft en ervoor zorgt dat alles weer stromen gaat. Dat kunnen we pas ervaren als we bereid zijn ons niet te verzetten, maar de Geest, het Te, laten waaien waar hij/zij wil.

 

De wind waait waarheen hij wil;

je hoort zijn geluid

maar je weet niet

vanwaar hij komt en waarheen hij gaat:

zo is het met al wie is voortgebracht

uit de Geest!

 

Johannes 3; 8 (1)

_______________

(1) Naardense bijbelvertaling.