Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 48 - 80 » 54 De duikelaar

Religie, mystiek, meditatie roepen vaak erg vreemde associaties op. Ook de brave zenbeoefenaar ontsnapt er niet aan. Er wordt van hem verwacht dat hij alles in en buiten zichzelf onder controle heeft, dat hij overal boven staat en gestaald door bittere oefening en zelfkastijding totaal onthecht door het leven gaat. Citaten als het onderstaande zijn erg verleidelijk om deze idee van onthechting te bevestigen:

 

Beschouw deze vergankelijke wereld als een ster bij dageraad, een luchtbel in een stroom, een bliksemschicht, een zomerwolk, een flikkerende lamp, een illusie en een droom. 1

 

Deze wereld is vergankelijk (ster, luchtbel, wolk, flikkering, illusie), zegt de Boeddha. En wij staan snel klaar met onze conclusie dat hij er dan ook niet toe doet. Dus, verzaak deze wereld en richt je blik onthecht op het uiteindelijke doel, het nirvana.

 

Een dergelijke onthechting leidt alleen maar tot krachtpatserij. Mentaal stoer doen om ten slotte als held het nirvana binnen te gaan. Dat zou wel eens kunnen tegenvallen! Ieder dédain voor het aardse bestaan komt neer op liefdeloosheid. Zich volledig afkeren van de wereld, betekent dat je geen oog en oor meer hebt voor de levende wezens, hoe talloos die ook zijn. De hooggeprezen onthechting wordt dan een excuus om niets meer te hoeven doen voor je medemens. Hoe zwaar die ook lijdt, zijn lijden is toch maar een illusie en tenslotte moet je daarvan loskomen, wil je ooit verlicht geraken. Dus luidt de boodschap: Draag je lijden geduldig en kijk onthecht uit naar je verlossing. Hoe vaak werd dat soort sarcastische troost niet uitgestort over mensen die in de diepste miserie zaten. Het is ronduit kwetsend, en boeddhistisch is het al helemaal niet. In het Mahayanaboeddhisme ligt immers het accent in de eerste plaats op de maha karuna, het grote mededogen. Het levensmotief van de bodhisattva is, zelf het nirvana niet binnen te gaan, zolang niet alle levende wezens bevrijd zijn. Verspil geen tijd! zegt ons de soetra over De identiteit van heelheid en veelheid. 2

De tijd is kort, de tijd dringt. Het is precies in deze snelle, vergankelijke wereld dat we het moeten doen. In een bliksemschicht, een flikkering. Precies ín de misleidende droom die ons leven is, staan we voor de levensgrote en haast onmogelijke taak allen te bevrijden. 3 Wereldverachting is daarbij wel een erg slechte raadgever.

 

Onthechting en ascese verwijzen al te vaak ook naar onbewogenheid en onverstoorbaarheid. Te midden van de wisselvalligheden van het leven blijve de zenboeddhist stoïcijns kalm en evenwichtig.4 Mooi zo, het kan vriezen, het kan dooien, maar aan mij zul je niet merken dat het me wat doet. Sterker nog, het doet me ook helemaal niets.

Dit ideaal van kalmte en evenwicht heeft volgens mij weinig van doen met onbewogen en onverstoorbaar door het leven gaan. Zo reduceer je jezelf tot een robot, een gevoelloos wezen, een onmens. Natuurlijk word ik door het leven bewogen, als het mij treft met klein en groot verdriet, met plaisirs minuscules 5 en diepe vreugde of hartstocht. Maar ik zou willen dat ik, ondanks verdriet en niettegenstaande geluk, onverstoorbaar zou kunnen leven. Dat niets mij zo zou aangrijpen, overweldigen en in beslag nemen, dat ik er in mijn ware zelf door verstoord zou geraken.

 

 

Uit onze prille jeugd kennen we misschien nog het duikelaartje, een gek figuurtje dat je kon heen en weer doen gaan, maar dat altijd terugkwam tot zijn middelpunt. Onverstoorbaar, maar wel in beweging. Hoe dat kwam? Doordat zijn evenwicht zo laag ligt, altijd ‘op de bodem van zijn bestaan’ aanwezig is en hem terug tot de kern voert. Evenwicht is een zaak van bewegen, niet van ‘onthecht’ stil staan en niets doen. Evenwicht veronderstelt ballast, een tegengewicht. Wat ons overkomt kan ons helemaal overhoop halen, de bodem onder ons bestaan wegslaan, maar in de diepste diepte van ons zelf is er altijd dat ene punt, waar het stil, kalm en evenwichtig is.

 

Mooie woorden. Maar wat zullen we zeggen, en dóen, als morgen ons huis afbrandt, ons kind verongelukt, de kanker in ons lijf zit? Als onthechting, evenwicht en onverstoorbaarheid niet op eenvoudige afroep klaarstaan? Als we alles geprobeerd hebben, en niets helpt? Dan…, dan zitten we in zen. Dan begint het pas.

 

___________

1 Uit De Diamantsoetra.

2 zie http://www.mahakarunachan.be/wp-content/uploads/2010/12/05-Identiteit-veelheid-eenheid.pdf

3 zie: De gelofte van de bodhisattva. (http://www.mahakarunachan.be)

4 zie: De gelofte aan de mensheid. (Hisamatsu) (http://www.mahakarunachan.be)

5 De uitdrukking verwijst naar: Delerm Philippe. (1997): La Première Gorgée de bière et autres plaisirs minuscules. Paris: Gallimard.