Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 121 - 168 » 160 Versuft door vernuft

zenthema 160

Versuft door bernuft

- Kan ik daar citaten mee scannen vanuit een boek?  

Zeker, meneer, je kunt er alles mee scannen: foto’s, krantenartikels, kassabonnetjes, tijdschriften, boeken, je noemt het maar.

- Kan ik die citaten daarna in een  tekstdocument plakken?

Absoluut, de software zit erbij.  Toestelletje via usb-kabeltje verbinden met pc-tje en klaar is Kees.

- Dan wil ik graag zo’n wondertuig.

Zeker, meneer.

 

De IRIS ScanBook 3 is een wonder van vernuft: een balkje, niet groter dan een meetlatje, dat je eenvoudigweg over de tekst rolt die je wilt inscannen. Geniaal in zijn eenvoud. Een kind kan de was doen.

Dan gaan wij nu over tot het verbinden van het tuig met de pc.  Aan beide korte zijden van de scanner zit een opening, waar de usb-kabel in kan.  Makkelijk zat.  Dat had je gedacht. De usb-stekker past in geen van beide. De openingen zijn te smal. 

Het overkomt me wel vaker: ik koop vol enthousiasme nieuw technisch alaam en meteen bij thuiskomst blijkt dat het ding niet doet wat ik wil.  Ik ga nochtans te werk volgens het boekje: usb-stekker in gleufje.  Gleufje deugt niet! Te smal. Dit kan toch niet, ik doe toch precies wat er staat?  Ik ben gefopt, bedrogen, opgelicht, genaaid, gerold.  Terug naar de winkel, ze zullen het geweten hebben! Wacht even, misschien eerst eens op zoek gaan naar een ander soort kabeltje, eentje dat bij kant A wat smaller is en dus in de scanner past en bij kant B in de computer past als gewone usb. Meteen dacht ik er eentje gevonden te hebben, voor 1,56 €. Het ding past evenmin in een sleuf, links noch rechts! Te breed. Een miskoop. Oké, dan maar geen tekst overzetten via de kabel.  Tenslotte zit er in de scanner nog altijd een geheugenkaartje, dat wel in mijn pc past.  Maar helemaal tevreden ben ik niet. 

Nu ik alle hoop heb laten varen en berust in mijn lot, merk ik plots dat zo een kabeltje twee kanten heeft!  Nu wist ik dat wel, maar om een of andere reden was het niet tot mij doorgedrongen. Je ziet het wel, maar het zegt je niets.  Zoals wanneer het licht op groen springt: je ziet het wel, je weet dat je doorrijden moet en toch blijf je staan.  Vreemd is dat, maar het gebeurt. 

Mijn kabeltje begint bij usb en eindigt op…een minifiche! Maar die usb past niet op de scanner en die mini-aansluiting past niet in mijn pc.  Dus, alweer waardeloos.  Eventjes zag ik het licht aan het einde van de tunnel, maar even snel moest ik toegeven dat mijn hoop ijdel was. Ik zou het er nu maar bij laten, alles op ware zenwijze loslaten, niet langer treuren om de miskoop en het verspilde geld, mij tevreden stellen met het beperkte gebruik dat ik nog kon maken van het toestel en voor de rest mijn andere zegeningen tellen.  Tenslotte zijn er ergere dingen in het leven.  Over tot de orde van de dag.  

Ik leg het ding opzij, op zijn lange kant. Plots knapt er iets onder mijn hersenpan.  In een flits zie ik het Licht. Aan de langszijde van de IRIS ScanBook 3 zit een openingetje.  Waarachtig een aansluiting voor een kabeltje.  Het zal toch niet waar zijn! Deze opening schreeuwt om een minifiche!  Ik bekijk nog eens voor de zoveelste keer het kabeltje, en plots valt het kwartje.  Je kunt een snoer bekijken van A naar B, maar ook van B naar A! Die gleufjes links en rechts waren helemaal geen usb-aansluitingen. Ze dienden nergens voor. Versiering? Sleufjes om de bovenzijde van het toestel in de onderzijde te klikken?  Joost mag het weten. 

Al die tijd had ik weliswaar die minifiche aan het uiteinde van de kabel ‘gezien’, maar was het niet tot mij doorgedrongen dat die niet bij de pc moest uitkomen, maar van de scanner moest vertrekken.  Ik had de wereld gewoon op zijn kop bekeken. Het usb-uiteinde mocht dus niet vertrekken van de scanner, maar moest uitkomen bij de pc. Had ik meteen het snoertje bekeken richting B-A in plaats van A-B, dan was er geen vuiltje aan de lucht geweest.

Hoe dom kun je zijn zelfs maar te overwegen dat er ergens in de wereld smalle usb-kabels moeten bestaan, die passen in een dito gleufje, dat niet eens bedoeld is voor een aansluiting met wat voor kabeltje ook? Hoe dom kun je zijn om zelfs niet te snappen dat wat een aansluiting lijkt er daarom nog geen is?

Ach, het heeft niet zoveel met domheid te maken, dan wel met tunnelvisie.  We zijn zo overtuigd dat de wereld in elkaar zit zoals wij denken dat die in elkaar zit.  We zijn ervan overtuigd dat we exact ZIEN hoe de werkelijkheid is.  In feite blijven we blind voor wat zich zonneklaar aandient. De oplossing ligt binnen handbereik, en toch gaan we ze elders zoeken. Onze redenering is vastgeroest, verloopt volgens de vertrouwde paden. We doen jaar, jaar uit alles op onze eigenzinnige manier en nieuwe raadsels gaan we te lijf met oude denkpatronen, die ons hun deugdelijkheid hebben bewezen. 

 

Moella Nasroeddin kroop op handen en voeten over de grond, pal onder de lantaarn.

Geen houding voor een man van het geloof, en dat om twee uur ’s nachts. (…)

‘Moella, wat doe je daar?’

De moella zocht de sleutel van zijn huisdeur. (…)

Nu vond men de moella een rare, maar hij was wel populair, dus al gauw kroop hij met het halve dorp over de grond, op zoek naar zijn huissleutel. (…)

‘Weet je wel zeker dat je hem hier hebt verloren?’

‘Nee,’ stelde Nasroeddin, ‘ik verloor hem dichter bij huis, maar daar is het zo donker.  Hier in het licht zoekt het gemakkelijker…’ 1

 

Vaak ligt de oplossing heel dichtbij, maar blijft ze voor ons verborgen.  Dat komt doordat we ze maar al te graag belichten met het licht van onze oude, starre overtuiging. De usb-fiche is me vertrouwd, de minifiche niet of minder.  Ik zal dus maar redeneren vanuit het licht dat ik ken, terwijl de oplossing gelegen is in het duistere onbekende van wat ik nog moet ontdekken.

 

‘Weet je wel zeker dat die gleufjes bedoeld zijn voor een usb-fiche?’

‘Nee, maar aan de achterkant van de scanner is het zo donker. Daar wil ik niet zoeken. Hier aan de zijkant schijnt het licht dat ik vertrouw.  Dat zoekt wat makkelijker.’