Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 48 - 80 » 64 Een dreun van jewelste

Dit verhaal speelt zich af in het Japan van de achttiende eeuw.

 

Ridder Jitoku 1 kwam door zijn vrijmoedig spreken in botsing met een hooggeplaatste bureaucraat. Dat kostte hem veertien jaar eenzame gevangenschap. Al die tijd zat hij alleen in zijn cel, zonder dat de ontberingen daar hem raakten. De enige lectuur die hem was toegestaan was die van de boeddhistische geschriften. Jitoku verdiepte zich dan maar in de hele canon.

 

Na zijn vrijlating, toen hij al meer dan 60 jaar was, ging hij zenmester Ekkei, abt van het Shikokuji-klooster in Kyoto, opzoeken om zijn kennis te verdiepen. Zodra Jitoku de kamer binnenkwam, sprong Ekkei op hem af en gaf hem een dreun van jewelste. Jitoku was woedend. Niemand had hem ooit geslagen, zelfs zijn vader niet. Hij ging naar Dokuon, de gedoodverfde opvolger van Ekkei, deed zijn beklag en zei dat hij Ekkei zou uitdagen tot een duel.

 

Meester Dokuon zag dat het menens was, maar zei glimlachend: “De oude Ekkei is altijd bereid geweest zijn leven te geven voor de Waarheid. Zelfs al dood je hem, ik ben er zeker van, het zal hem koud laten. Trouwens, hij wilde je toch alleen maar helpen. Je hebt er geen idee van hoe krachtig zijn vuist is. Als jij hem doodt zonder goede reden, dan bega je noch min noch meer een moord. Waarom zet je geen stapje terug en probeer je niet de verlichting te bereiken? Ik ben er zeker van dat je dan zult inzien hoe vriendelijk Ekkei voor je was.”

 

Jitoku bedaarde, nam Dokuons raad ter harte en ging naar huis om te mediteren. Drie dagen en drie nachten concentreerde hij al zijn energie, tot hij uiteindelijk de Grote Dood van Zen bereikte, waarin de grenzen van het ego zich oplossen.

 

Terug bij Dokuon zei Jitoku: “ Nu besef ik dat Ekkei zich nog ingehouden heeft. Als ik hem mij had laten doodslaan, dan had ik ongetwijfeld een nog grotere doorbraak gekend.” 2

 

Zen is niet altijd zachtzinnig. Zijn pedagogie van de therapeutische tik zou de dag van vandaag op meer dan gemiddelde weerstand stuiten. Zelf heb ik het er ook niet zo voor. Leermeesters die denken dat ze hun argumenten kracht moeten bijzetten met verbaal of fysiek geweld zijn niet mijn vrienden. Dat het er in zenkloosters vaak hardhandig aan toeging, daar twijfel ik niet aan, en dat soort geweld blijft uit den boze. Maar kunnen we dit verhaal niet, zoals alle wijsheidsliteratuur, als een metafoor lezen?

 

Munehiro, aka Jitoku, moet een vrij arrogant kereltje geweest zijn, een vechtersbaasje zo te horen. Wat ik over hem verneem is niet van die aard dat ik hem meteen mijn vriend zou noemen. Een knappe bol, zeer zeker; hij kende de geschriften en hij moest en zou ze ten volle begrijpen, dat was zijn eer te na. Geen half werk. Met het maniakale enthousiasme van de beginneling die iets nieuws ontdekt, stort hij zich op de soetra’s die hem in de gevangenis worden voorgeschoteld. Mislukken is geen optie, hij moet en zal ze doorgronden en de verlichting zal zijn deel worden.

De beginneling wordt amateur, de amateur wordt beroeps en de beroeps wordt fanaat. Wacht maar tot ik uit de gevangenis kom, dan ga ik voor het hoogste diploma, bij de beste prof.

Wie begint met zen, moet zich hoeden voor de naïeve idee dat je de verlichting kunt bereiken, door hard te studeren en flink je best te doen. Verlichting is niet te koop.

Meester Ekkei kent dat soort Strebers wel en maakt korte metten met ze. Een dreun kun je krijgen, en nu wegwezen! Sommigen zijn nu eenmaal hardleers, Jitoku had blijkbaar nog niet genoeg ellende meegemaakt om te beseffen dat je eerst dood moet gaan om te kunnen leven. De slagen van het leven hadden hem nog altijd niet de ogen geopend. Integendeel, als een verontwaardigd jongetje gaat hij uithuilen bij meester Dokuon. Die zet hem met beide voetjes op de grond. Raadt hem ten zeerste af de logica van oog om oog, tand om tand te volgen. Je hebt geen schijn van kans, meester Ekkei is allang het onderscheid tussen leven en dood voorbij. Dat is de kracht die in zijn vuist zit. Ga dus naar huis en maak je huiswerk. Jij denkt dat je iets van de verlichting begrijpt, maar je moet nog het abc leren! En nu, wegwezen! Alweer.

En Jitoku ging mediteren, drie dagen en nachten. Mediteren dat is energie verzamelen, louter energie, geen energie die ergens op gericht is. Geen energie die “nuttig” wordt aangewend om ze te richten op een of ander denkobject. Louter lege energie. Om die te bereiken moet je door de Grote Dood. Eerst en voor alles moet je sterven: aan je ego als ridder, vechtersbaas, dichter, zenleerling met ambitie, verongelijkt jongetje…

 

De Grote Dood, je oorspronkelijk gelaat, dat is de Grote Sprong die je wagen moet nadat de grond onder je voeten is weggeslagen en je geen plek meer hebt om te gaan staan. De Grote Dood, dat is vertrouwen en hopen, ondanks alles wanhopig geloven. Doodgaan aan alles wat we willen vatten, begrijpen en kennen om het toch maar in de hokjes van ons grote gelijk te kunnen wegbergen.

Dat doodgaan is huiveringwekkend én bevrijdend. Het impliceert meer dan de toevallige, gebruikelijke tegenslagen en ontgoochelingen waarmee we nu eenmaal leven moeten. Het is meer dan omgaan met ziekte, verraad en ontrouw die op ons pad komen. Het heeft alles te maken met het totale afstropen van al onze zekerheden. Dat kan alleen via een totale ommekeer, en die kan niet anders dan ons als een dreun treffen.

De dood is niet iets om naar uit te kijken of om te idealiseren. Het ergste is ze te banaliseren als ‘na regen (dood) komt zonneschijn (leven)’. Even op de tanden bijten, het leed is zo geleden en morgen schijnt weer het zonnetje. De dood hoort bij het leven, niet als tegenpool, maar als integraal er deel van uitmakend.

 

Een voorsmaakje van die Grote Dood had Ekkei Jitoku al gegeven, maar die had het geweigerd. Nu beseft hij dat Ekkei best nog wat harder had mogen slaan. Waarom heeft hij mij niet helemaal doodgemept, zodat ik meteen zou gaan leven?

Meestal zien we het niet, als de dreun van het leven ons wakker wil schudden.

__________________

1 Jitoku betekent zoiets als “hij die zelf tot verlichting gekomen is”. Het was de naam die Munehiro (1802-1877), de waka-dichter, zichzelf had gegeven. Waka is een Japanse dichtvorm, vergelijkbaar met de haiku.

2 De Engelse versie van dit verhaal staat op http://www.arunachala-ramana.org/forum/index.php?topic=7335.20;wap2