Home » ZENTHEMA'S » De plaatjes van de os (38 - 47) » 46 Bloemen stromen, rivieren bloeien

Negen

 

Teruggekeerd tot de oorsprong,

is alles volbracht.

Alsof hij doof en blind is, zit hij in zijn hut, zonder aandacht

te schenken aan wat buiten is.

Voor wie stromen de rivieren grenzeloos,

voor wie staan de bloemen rood te bloeien?

 

We zijn haast aan het einde van onze reis naar ons ware zelf. We hebben het voorlaatste stadium bereikt, al lijkt het het laatste, want alles is volbracht. Hier hoeft niets meer toegevoegd of afgedaan te worden, we zijn teruggekeerd tot de oorsprong. Moet die oorsprong geen hoofdletter krijgen? In deze allerzielendagen ligt de associatie met onze dood voor de hand. Als wij sterven, maken we toch ook de overgang naar…. Waarnaar? We zoeken daar woorden voor vanuit onze (christelijke) traditie: we gaan over naar het Onbekende, de Oorsprong, het Vaderhuis, Moeder Aarde, Wijsheid voorbij alle wijsheid…

 

Verder klinkt in deze verzen het Kruiswoord van Christus op Goede Vrijdag door: Het is volbracht. Al onze inspanningen zijn tot voltooiing gekomen. We meten ons leven niet langer af aan allerlei menselijke maatstaven, maar we laten alles los en geven alles over, in vertrouwen. Gedurende onze lange zenreis hebben we opstandig geroepen om hulp vanuit eenzaamheid en verlatenheid. Heel onze zenreis bleven we ook deemoedig volharden op onze zoektocht en in onze discipline. 1

 

En nu is alles terecht. Geen sprake meer van succes hebben of falen, want die hadden te zeer te maken met wat het boeddhisme onwetendheid noemt. Nu is het ogenblik gekomen om écht te zien, te horen, te voelen, te denken, vanuit een nieuwe soort weten, dat niet meer geconditioneerd is door illusies.

 

Heel ons leven lang waren we verdwaald in de dichtheid van het bos, waren we alleen in de wildernis, zoals de tekst bij het eerste plaatje luidde. Nu voelen we ons opgenomen in onze oorsprong, nu kennen we ons oorspronkelijk gezicht : wat wij - en alle voelende wezens - in essentie zijn en dat niet in conventionele taal te vatten is.

 

Voor sommigen slaat dit allemaal nergens op, gaan we na onze dood nergens naar toe, is er helemaal niets. Dat is ook zo! Er is niets, en daar gaan we naar toe! We keren terug naar het niets, naar het Niets, naar de oneindige en onmeetbare ruimte, waardoor alles ontstaat en vergaat.

 

De hoeder zit in zijn hut. Doof, blind en zonder aandacht voor wat buiten is. Er is trouwens geen binnen en geen buiten meer, want alles is een. Stromende rivieren zijn stromende rivieren, bloeiende bloemen zijn bloeiende bloemen. Bloemen stromen, rivieren bloeien. Voor wie? Niet voor de hoeder. Voor niemand, maar grenzeloos, dus voor iedereen en niemand. Rivieren zijn weer rivieren, bloemen zijn weer bloemen. Wie is het die daar zit en woordeloos het antwoord weet? Wie is het die deze vraag stelt?

________________

1 Gebed voor alle noden. (website Maha Karuna)