Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 121 - 168 » 146 Onbegrijpelijk groots

Als je in God gelooft en er bestaat geen God

is je geloof een nog groter wonder.

Dan is het echt iets onbegrijpelijk groots.

 

waarom ligt er een wezen in de duisternis te roepen

naar iets wat niet bestaat?

Waarom is dat zo?

Er bestaat niemand die hoort dat iemand in de duisternis roept.

Maar waarom bestaat de roep?

 

Pär Lagerkvist1

 

Het grootste wonder is te geloven in een God die niet bestaat.  Ga ervan uit dat hij niet bestaat, dat hij als schepper slechts de Grote Onverschilligheid is die het universum doordringt.  Ga ervan uit dat de scheppende kracht, de oerenergie, tao, qi - of hoe je die ook wil noemen - niet meer is dan een onpersoonlijk energieveld, dat het leven stuwt.

 

Na kleine en grote twijfel, na jarenlange meditatie ben je erachter gekomen dat je ware zelf niet als zodanig bestaat.  Je kunt het niet vatten of er iets over zeggen.  Zoals er geen God-los-van-alles bestaat, is er ook geen verlichting die je  kunt bereiken en daarna eens en voorgoed in een doosje bewaren. Alle zen is in die zin onzin. En toch!

Dat allemaal weten en desondanks geloven, dat is pas groots.  Er is geen wonderlijker paradox en het vergt moed om die te doorleven.  Moederziel alleen in de kosmos staan, én in de ruimte van je hoogstpersoonlijke leven en het daar moeten zien te redden is een bovenmenselijke opdracht.  Er is geen God, geen Moeder bij wie je uithuilen kan. Je ligt daar als een wezen in de duisternis te roepen naar iets wat niet bestaat. Naar Iemand die Niet Bestaat. Naar Niet-Iemand.

Op die/dat Niet-Iemand projecteer je  al je verlangens: dat er toch ooit ergens naar je verdriet geluisterd zou worden, dat er ergens houvast voor je zou zijn, zodat je standhield, dat je bevrijd en verlicht zou worden, loskomen van alle pijn. Zo zing je het uit in Psalm 130. Ik verlang naar aandacht, redding, vergeving, troost, hoop. En in mijn wanhoop verwacht ik die van wie ik God noem, want

 

… Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand aan

dan in de ruimte en zo is dit wel

 

de makkelijkste manier om wat te zeggen), -2

 

Zelfs als hij er niet is, ik wil dat hij luistert.  Daarom heeft het boeddhisme de bodhisattva Kwan Yin bedacht als zij die luistert naar de noodkreten van de mensheid. In gedachte kunnen we bij haar terecht. Altijd en onvoorwaardelijk. Mensen hebben daaraan behoefte, dat is de reden waarom wij in de duisternis roepen, ook al komt er geen antwoord.  Het antwoordloze ís het antwoord. De hemel zwijgt.

Maar waarom bestaat de roep?, vraagt Lagerkvist zich af. Omdat we zonder het verlangen naar een Tegenover reddeloos verloren zouden zijn.  Ook in zen komt het aan op het open houden van dat verlangen.  Verlangen is niets meer of niets minder dan het energieveld dat alle leven in stand houdt.  God is geen wezen. God is het verlangen naar God. God is niet het antwoord, hij is de vraag. Al is hij dan onverschillig en onpersoonlijk, als scheppende kracht heeft hij er toch voor gezorgd dat ons vragend verlangen ons levend houdt.  God is wat ons in beweging zet. Zo ook de verlichting, zo ook zen. Vanuit de grootste twijfel, uit diepten van ellende, als de grond onder je voeten wordt weggeslagen iedere keer weer opstaan, dat is echt iets onbegrijpelijk groots.

_________________

1 Stassijns, K. en I. Van Strijtem. (2011). Van God los. Gedichten over geloof en ongeloof. Tielt: Lannoo. (pag.103)

2  Andreus, H. (1983). Verzamelde gedichten. Amsterdam: Bert Bakker.