Home » ZENTHEMA'S » Recente zenthema's » 167 Alles doen

zenthema 167
n.a.v. zen op zondag 10/2/2019

 

Alles doen in absolute vrijheid

Vluchten kan niet meer

 

Zen is geen wondermiddel om tot rust te komen. Je wordt er ook niet meteen beter van. In het begin zelfs integendeel. Dan lijkt het alsof alles aan het wankelen gaat, alsof je alle houvast verliest, de grond onder je voeten verdwijnt.(1) Zen biedt geen toetsbare zekerheid, geen houvast. Wel hoop, verlangen en vertrouwen in het ware zelf, d. i. het leven zoals het zich van moment tot moment ontvouwt. Dat heet inzicht in wat nu eenmaal is wat het is. Mijn goede vader, die boeddhist was zonder het te weten, hoorde ik wel eens tegen beter weten in tegen mijn moeder zeggen: ‘Probeer de dingen nu toch eens te zien zoals ze zijn.’ Hij sprak het niet uit, maar bedoelde daarmee: Ze zijn leeg, futiel, niet belangrijk genoeg om er je leven door te laten vergallen. Leeg ook in de betekenis van: open op zoveel mogelijkheden. Bij Shāntideva (India, 8e eeuw) klonk vaders boodschap als: vergeet alle angst! In ons breekt het leven door! (2)

 

Zen is geen vlucht weg uit de barre, boze werkelijkheid. Je zelfgenoegzaam terugtrekken op je kussen, als op een veilig eiland, lukt misschien eventjes, maar algauw kom je erachter dat je op dat eiland alles hebt meegebracht wat je op het vasteland al had dwarsgezeten. Je komt erachter dat je niet zozeer gevlucht ben naar het eiland, maar dat je er aangespoeld bent, en als Robinson Crusoe je hele bestaan weer zal moeten opbouwen.
Je wereld wordt door elkaar geschud. Het goede nieuws is dat je in staat bent die zelf beetje bij beetje weer op te bouwen, vanuit het niets (vanuit de bodemloze leegte, zegt zen, vanuit het donkere landschap (…) waar al de bagage die je meesleept geen waarde heeft, zegt Proust. (3)

 

Tijd voor een andere, multifocale bril

 

En toch! - voor mij is dat het sleutelwoord van zen - al is zen geen Haarlemmerolie, al is ons leven soms of altijd met lijden doorweven, mediteren leert je daar anders naar te kijken: wakker, scherp, waakzaam. Dat veronderstelt:

 

de moedige stap om in stilte zichzelf te beschouwen en de wereld open tegemoet te treden (4);


vasthouden aan de vragen, niet aan de veilige antwoorden. Dit is ook wat Rilke zegt:

 

Heb geduld met al wat onopgelost in uw hart woont
En probeer de vragen zelf lief te hebben.
Zoek niet naar de antwoorden,
Zij worden u wellicht niet gegeven,
Omdat u niet in staat zou zijn ze te leven.
Leef de vragen nu.
Misschien dat u, op een dag in de toekomst,
Langzamerhand, zonder het zelfs te merken
Uw weg naar de antwoorden leeft. (6)

 

decentratie (7) als de weg naar concentratie: loskomen van het eigen (wanhopige) ego om meer aandacht te hebben voor de werkelijkheid als geheel.

 

Ik kijk naar mezelf en besef plots dat mijn denken niet míjn denken is. Ik ben mezelf, mijn denken niet meester, ik ben er niet de autonome regisseur van:

 

Je gelooft dat je weet wat er in je hoofd omgaat, wat vaak inhoudt dat de ene bewuste gedachte op een ordelijke manier leidt tot de volgende. Maar dit is niet de enige manier waarop we denken en ook niet de meest gebruikelijke manier. De meeste indrukken en gedachten komen in de bewuste ervaring naar voren zonder dat je weet hoe ze daar terecht zijn gekomen. (8)

 

Ik kijk naar mezelf en merk dat het niet ik is die kijk, maar dat er louter kijken is in mij. Dat het niet ik is die voel, maar dat er voelen is in mij.


Ik kijk naar de wereld en ben me van moment tot moment bewust van levendood. Ik focus niet op de tegenstelling tussen leven en dood, maar krijg oog voor de vervlechting (non-dualiteit) van beide. Dat klinkt onheilspellend, maar in feite is het bevrijdend vertrouwen.

 

Iedere avond reciteren we tijdens een sesshin de Avondlijke Aansporing van Yoka Daishi:

 

Dit wil ik ons allen op het hart drukken:
Levendood is een ernstige zaak,
snel vergaan alle dingen.
Wees altijd wakker,
nimmer onoplettend,
nimmer achteloos.

 

Levendood, samsāra, de Grote Kwestie, de ernstige zaak, het is niets meer of minder dan de vaststelling dat lijden onvermijdelijk inherent is aan leven. Alles is vergankelijk, leeg, niets heeft een vast zelf (een onvergankelijke identiteit). Blijf daarvoor wakker. Niet als iemand die constant angstig en achterdochtig is en om iedere hoek gevaar en ellende ziet opduiken. Wakker blijven betekent alert zijn voor alles (leven én dood) wat zich voordoet, binnen en buiten jezelf. Wakker zijn betekent met dat bewustzijn blijven leven, niet zomaar, vanuit een gewoontebewustzijn, maar levendig: oplettend, met aandacht.
Als dat inzicht, in mezelf, in de wereld en in levendood geleidelijk aan mag groeien, dan is de meditatie over de jaren heen niet vruchteloos geweest.

 

Wakker leven: in aandacht leven

 

Wees altijd wakker. Wees waakzaam, zie wat er gebeurt, heb oog voor wat er in de wereld gebeurt, in de eerste plaats voor het lijden. Al heb je alle boeddhawijsheid gelezen en begrepen, het zal je niets bijbrengen als die zich niet vertaalt in mededogen. Laat ons ontwaken tot ons ware Zelf [wijsheid] = mensen worden, vol van mededogen (…) en een wereld bouwen waarin iedereen waarachtig en in heelheid kan leven. (9) Zonder ethische dimensie is zen van nul en generlei waarde.

 

Wakker zijn betekent ook waken, zoals je bij een zieke waakt, in de hoop op ‘een vorm van’ genezing. Of gewoon: in aandachtige afwachting (Gr.: en hupomonei) zoals Simone Weil het noemt. Het woordenboek heeft verschillende vertalingen voor hupomenoo: blijven wachten, standhouden, niet voor iets uit de weg gaan, geduldig zijn, kalm verdragen. In het Nieuwe Testament klinkt dat heldhaftig fatalistisch: verdraag je leed geduldig. Ik vertaal het in zen als: tegenover de omstandigheden, wat ze ook zijn, een standvastig open, milde houding aannemen; ontvankelijk zijn, zonder te oordelen. Bij gruwelijk lijden en onrecht wordt dat een hele klus.

Wat er ook van zij, het veronderstelt een houding die alleen mogelijk is in rust en stilte, waar iedere poging om de dingen naar zijn hand te zetten achterwege blijft. Soms is alle doelgerichtheid en drang om te handelen misplaatst en overbodig. In zen kunnen we oefenen in niet-doen. Echt mededogen met wie lijdt kan volstaan met in stilte aanwezig zijn. Alles is al gedaan, alles is al gezegd.

 

Laat ons ontwaken tot ons ware Zelf

 

Wat is het ware zelf?

 

Veel hobby’s heb ik niet, maar een daarvan is het verzamelen van omschrijvingen van het ware zelf. Ik heb er al 83, o. a. boeddhanatuur, oorspronkelijk gezicht voor de geboorte van je ouders, leegte, … en geen van alle deugt. Omdat het inzicht van zen niet in woorden of begrippen te vatten is:

 

Er is een werkelijkheid die hemel en aarde voorafgaat.
Zij heeft geen vorm, laat staan een naam.
Ogen kunnen haar niet zien.
Geluidloos is ze, niet voor oren waarneembaar.
(…)
Dharma is zij en werkelijk voorbij vorm en klank.
Tao is zij, en woorden hebben niets met haar te doen.
(…)
O, mijn lieve en eerbare vrienden, die hier samengekomen zijn, ik zeg jullie: wanneer jullie er zo naar snakken de donderende stem van de Dharma te horen, leg dan jullie woorden het zwijgen op, maak jullie gedachten leeg, dan pas komen jullie zo ver, het Ene Zijn te erkennen. (10)

 

Daisetz Teitaro Suzuki (1870 – 1966) bedoelt er dit mee:

 

Het ware Zelf is dat wat je werkelijk bent voorbij het conceptuele denken. Met zen zoek je naar een dieper antwoord op de vraag wie je in diepste wezen bent. Wie ben ik voorbij al mijn ideeën over mezelf? Wat is mijn ware, pure aard? Het ware Zelf is niet te vinden met behulp van intellectuele wijsheid, want het is diep verborgen onder de grenzen van ons menselijke bewustzijn. Ja, het onbereikbare Zelf is zelfs diep verborgen onder de grenzen van ons onderbewuste. Het is een verscholen activiteit die niet met woorden te beredeneren valt en niet met menselijk wijsheid te doorgronden is. (11)

 

Niet in woorden of begrippen te vatten. Aan alle bewustzijn en onbewustzijn voorbij. Leeg dus. Misschien is dit wel de beste omschrijving. Tabula rasa, wat er overblijft als alles is weggevallen, als je je van alles ontdaan hebt. Een leegte die vrij maakt, om open te staan voor wat is.
Wie die leegte ooit mag bereiken, bereikt daarmee misschien Station Verlichting, maar krijgt daar meteen de opdracht: de kille nachtwind tegemoet, de zware weg naar de grote, duistere stad, waar de mensheid was en haar weedom, zoals het slot luidt van De kleine Johannes. Dat kan hij dan des te beter omdat hij uit eigen ervaring weet wat lijden en ongeluk betekenen. Na de Verlichting blijven de sporen die getuigen van lijden zichtbaar. Simone Weil wijst ons erop dat de verrezen Christus nog de wonden vertoonde van de kruisdood.

 

Voorwaarde tot het ware zelf

 

Zenmeester Dōgen (1200-1253) schrijft in zijn Genjō-Kōan (Hoofdstukje 4) daarover het volgende:

 

De boeddhaweg bestuderen, is het zelf bestuderen.
Het zelf bestuderen, is het zelf vergeten.
Het zelf vergeten, is bevestigd worden [en ontwaken] door alle vormen van bestaan.
(…)

 

Het zelf, jezelf bestuderen betekent ermee vertrouwd geraken. De beste weg daartoe is jezelf vergeten. Decentratie noemden we dat hierboven. Het gaat niet om ons ego, het gaat er niet om dat wij de werkelijkheid, de tienduizend dingen naar onze hand zetten. Beter is het te erkennen dat het de dingen zijn die ons bevestigen; wij ‘zijn' alleen maar omdat er een context van dingen is. Het standpunt dat wij innemen moet een ego-loos standpunt worden. Thomas Nagel heeft daar een mooie uitdrukking voor: de visie vanuit nergens.

 

de visie vanuit nergens zou de bondigste manier kunnen zijn om te beschrijven hoe de boeddhistische verlichting eruit zou zien: de visie die niet mank gaat aan een van mijn egocentrische vooroordelen, of de uwe, en die in zekere zin niet eens een specifiek menselijk oogpunt is, of het oogpunt van welke andere soort dan ook. (…) Boeddhistische verlichting gaat over de transcendentie van al deze oogpunten. (12)

 

In de Soetra van de Identiteit van veelheid en eenheid gaat het ook daarover. Met ons egocentrisch oordeel staan wij meteen klaar om helder en duister uit elkaar te halen, het eerste te prijzen en het tweede te veroordelen. Maar duisternis en helderheid horen bij elkaar, zoals de linker- en rechtervoet bij het lopen. (…) Het alledaagse bestaan hoort bij wat onpeilbaar is, zoals een deksel past op een pan. Het ondoorgrondelijke harmonieert met het alledaagse, zoals twee evenwijdige pijlen samen komen aan de einder.
Deze woorden wijzen naar de Grote Werkelijkheid. Oordeel niet.

 

Om elk misverstand te vermijden, voegt Nagel eraan toe dat die visie vanuit nergens (In het licht van de eeuwigheid, zei Spinoza) geen alibi mag zijn voor onverschilligheid, waardoor niets er nog toe doet. Net vanuit de onpartijdigheid (oordeel niet) ontstaat de mogelijkheid om naar de anderen toe te gaan. Nogmaals, wijsheid zonder mededogen is steriel:

 

De visie vanuit nergens, de visie van onpartijdigheid dient niet te worden verward met een visie van onverschilligheid. (…) moet gepaard gaan met zorg voor het welzijn van alle mensen (…) van alle voelende wezens. Waar het om gaat is dat deze zorg gelijkelijk wordt verdeeld; niemands welzijn is belangrijker dan dat van een ander. (ibidem)

 

Hoe bereik je het ware zelf/de boeddhanatuur?

 

Je kunt die niet bereiken, omdat je die zelf al bent. Je hebt geen boeddhanatuur, je bent boeddhanatuur. De meditatieplek is een soort laboratorium, waar we de veldvoorwaarden scheppen om dat tot ons te laten doordringen. Weg van de drukte veroorloven we ons daar de luxe om onszelf en de werkelijkheid te onderzoeken. Zo geraken we geleidelijk aan vertrouwd met die absolute werkelijkheid, die leeg is.
We hebben het gevoel dat ieder begrijpen van die absolute werkelijkheid onhaalbaar is in ons banale bestaan, laat staan dat we in staat zouden zijn ernaar te leven. Toch is het goed dat ‘absolute' mee te nemen naar ons leven buiten ons laboratorium, al was het maar door zeer bescheiden te beginnen wat we geleerd hebben toe te passen:

 

* ons oordeel opschorten (want ieder oordeel is ‘leeg’),
* leren niet-doen (want ieder doen is ‘leeg’),
* ons ego laten vallen (want elk ego is ‘leeg’),
* mededogen beoefenen (want ieder levend wezen is ‘leeg’, kwetsbaar).

 

Als er in ons gewone leven af en toe iets doorpriemt van die leegte die bevrijdt, dan kunnen wij (en alle levende wezens) daar alleen maar beter van worden.
Tenminste als we klaar zijn om vanaf de top van een dertig meter hoge paal (= ons verhelderend besef van de leegte) verder te gaan. (Koan 46 uit De poortloze poort). Dat heet voorbijgegaan aan het voorbijgaan. Bereid zijn je niet te hechten aan de leegte, maar alles in absolute vrijheid op een positieve wijze te doen. (13)

 

Zen is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen. Disclaimer.

 

Is zen waar?

 

Alle religieuze, mystieke, spirituele wijsheidsliteratuur dient gelezen te worden als poëzie (14), die per definitie als mensenwerk geen aanspraak kan maken op een exacte weergave van een feitelijke werkelijkheid. Ze is hooguit de in een inspirerend metaforisch verhaal gegoten evocatie van een eeuwenoud en niet te peilen verlangen naar een ideaal, dat zich steeds terugtrekt. Letterlijke interpretering, al dan niet onder verwijzing naar een Goddelijk en Onomstotelijk Woord, leidt onvermijdelijk tot onrust, dogmatisch denken en uiteindelijk tot verbaal en/of fysiek geweld.

 

Helpt zen?

 

Verlichting als het inzicht dat de absolute werkelijkheid non-duaal (leeg) is moet iedere keer opnieuw getoetst worden met de vraag of het ook werkelijk helpt als we geconfronteerd worden met de gruwelijkste ellende, die we ervaren in de relatieve werkelijkheid, waarin we concreet leven. Helpt zen echt, of blijft het beperkt tot een interessante filosofie, waarmee je kunt instemmen zolang er niets ernstigs met je aan de hand is? In dat geval zou zen niet meer zijn dan een hobby.

 

Is zen betrouwbaar?

 

Zenboeddhisme is mensenwerk en daarom niet vrij van ernstige gebreken. Fanatisme, machtsmisbruik, (seksuele) intimidatie, militarisme, collaboratie met foute regimes, enz. komen er helaas net zo vaak voor als in andere religies.

Je hebt zen niet nodig om een goed mens te zijn. Maar wanneer zen, of eender welke vorm van spiritualiteit of godsdienst in zijn georganiseerde vorm, van je eist het kwaad te beoefenen, dan rekent het erop dat je dat zal doen tot in zijn uiterste wreedheid:

 

[…] Intolerante gedragingen die in het gewone leven onacceptabel zijn, zouden niet plotseling acceptabel moeten worden wanneer ze onder het mom van religie worden gepresenteerd. (15)

 

Wat onacceptabel is, wordt niet plots acceptabel omdat het opgelegd wordt door een religieuze overtuiging. De lakmoesproef is en blijft of religie bijdraagt aan meer gerechtigheid in de wereld.

 

Tot slot: de kracht van zen

 

In de nieuwe inkomhal van het ziekenhuis in Bornem prijkt tegen een muur metershoog een gedicht, dat eindigt met de woorden:

(…)
In gedachten verzonken
Diep gewortelde kracht, onverstoorbare rust
Behoud de verwondering
Laat de ziel van ons gezamenlijk zijn
U niet ontgaan

__________________
1 Soetra van Kuan Yin.
https://mahakarunachan.nl/wp-content/uploads/2010/12/06-Kuan-Yin-Lotus.pdf

2 Bodhicharyāvatāra van Shāntideva

3 Proust, M. (1986). Op zoek naar de verloren tijd. De kant van Swann. Combray. Amsterdam: De Bezige Bij. (p. 52)

4 In: Coene, G. (red.) (2008). De kunst buiten het zelf te treden. Naar een spiritueel atheïsme. Brussel: VUB Press. (p. 92)

5 o. c. (p. 109)

6 Rilke, R. M. (1986). Brieven aan een jonge dichter. Amsterdam: Balans. (p. 21)

7 Leo Apostel, o. c. (p. 128)

8 Kahneman, D. (2014). Ons feilbare denken. Amsterdam: Business Contact. (p. 12)

9 Hisamatsu: Gelofte aan de mensheid.
https://mahakarunachan.nl/wp-content/uploads/2010/12/08-Gelofte-aan-de-mensheid.pdf

10 Daio Kokushi (1235-1308)

11 Bliek, P. (2001). In: Bodhitv.

12 Wright, R. (2018). Waarom boeddhisme werkt. De wetenschap en filosofie van meditatie en verlichting. Amsterdam: Prometheus. (p. 262)

13 Koun, Y. & Hermans, P. (vert.). (2010). De poortloze poort. De klassieke koan-verzameling van Mumonkan. Rotterdam: Asoka. (p. 263)

14 God is one of many different poetic expressions of the highest value in humanism, not a reality in itself.
Fromm, E. (1966). You shall be as gods.A radical interpretation of the Old Testament and its tradition. New York: Holt, Rinehart and Winston. (pp. 18-19)

15 Rizvi, A. (2018). De atheïstische moslim. Een weg van geloof naar rede. Amsterdam: Nieuw Amsterdam. (pp. 179-180)