Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 1 - 37 » 22 De poortloze poort

Leerling: Waar vind ik de poortloze poort?

Meester: In de muurloze muur.

Leerling: En die?

Meester: Op een plaatsloze plaats.

Leerling: Hoe maak je je daar bekend?

Meester: Met een belloze bel.

Leerling: En dan?

Meester: Dan stap je met je lichaamloze lichaam naar binnen noch buiten...

De meester verzinkt in gepeins.

Leerling: Ga door.

Meester: En dan denk je...

De leerling gaat op het puntje van zijn stoel zitten en zegt: Nou?

De meester mompelt: En dan denk je...

Hij verzinkt opnieuw in gepeins.

Leerling: Meester, toe nou!

De meester schrikt op en zegt: 

Dan denk je, "en nou?".

De leerling laat zich terugvallen in zijn stoel en zegt: 

Maar dat denk ik al de hele dag!

De meester zegt niets.

Leerling: En dan?

Meester: Dan ga je maar weer zoeken.

Leerling: Waarnaar?

Meester: Naar woorden.

De leerling gaat op het puntje van zijn stoel zitten en zegt: 

Welke woorden heeft u gevonden?

De meester haalt zijn schouders op.

Leerling: Dat was alleen maar een gebaar.

De meester zwijgt.

Leerling: Als het nou tenminste nog een woord was...

Meester: Tja. (1)

 

De Poortloze poort verwijst naar de Mumonkan, de beroemde koanverzameling van meester Mumon Ekai (1183 - 1260). (2) Voor de beginners die we allemaal zijn is het een collectie duistere teksten die ons schele hoofdpijn bezorgen omdat ze ons begripsvermogen te boven gaan.  En daar is het hem nu juist om te doen!  Iedere koan daagt ons uit ons rationele denken achter ons te laten en ons heil te zoeken in… Ja, in wat? Laten we er niet omheen draaien: in niet-weten.  Iedere koan breekt stuk op ons verstand en breekt ook ons verstand stuk.  Iedere poort die we in ons leven menen te ontdekken als toegang tot het geluk of oplossing van onze levensvragen blijkt poortloos te zijn. Iedere plek waar we denken veilig te zijn, blijkt een niet-plek, een plek zonder houvast, een bodem-loosheid waar we alleen maar vol vertrouwen kunnen in springen. Met je gewone lichaam kom je er niet doorheen, alles wat je vertrouwd is helpt je niet, maar met je lichaamloze lichaam evenmin. Je bent volkomen gedesoriënteerd, weet niet eens meer of je naar binnen stapt, op de goede weg bent, of naar buiten, verkeerd loopt.  Of is verkeerd lopen de goede weg? En dan denk je, op z’n Hollands, zoals Hans Van Dam: En nou?

 

Wat nu?  Wat heb ik hieraan?  Is dat nu de pointe van zen? En nou?  Nou en!?  Moet ik het daarmee doen, met dit soort gebakken lucht? Ik ga maar weer in de tuin werken, iets nuttigs doen voor de samenleving, iets groots en zuivers. 

 

Of nee, laat ik het toch nog één keer proberen.  Laat ik proberen de poortloze poort onder woorden te brengen.  Helaas, daar zijn geen woorden voor. De dingen die we doen, zeggen, denken, alles wat we voor elkaar voelen, heel ons zitten en ons opstaan valt niet in woorden te vatten!  Slechts in een vluchtig gebaar licht even de kern ervan op. Het is de geste die telt, zegt men wel eens in het Vlaams.  Vaak klinkt dat als: het stelt niet veel voor, maar we zullen het ermee moeten doen.  Welnu, het is inderdaad de geste, het (nauwelijks merkbare) gebaar dat iets laat oplichten van het mysterie.  Ieder gebaar is slechts een teken vanuit de verte, als de witte dampsliert van een oneindig hoog aan de hemel voorbijvliegend vliegtuig.

Een gebaar aan alle woorden voorbij, een wijsheid voorbij alle wijsheid. Het allerbelangrijkste.

 

Wat moet ik hier nu mee in mijn dagelijks leven?  De zen houdt ons altijd de spiegel voor van niet-weten.  Je kunt nooit in woorden of begrippen vatten waar het om draait in je leven, in je relatie, in je ziel.  Je kunt niet vatten in woorden waarom je van iemand houdt, je kunt zoiets niet beredeneren of oplijsten.  Je kunt niet ‘met redenen omkleden’ waarom je je kinderen graag ziet.  Je man, je kinderen, zij zijn nu eenmaal je poortloze poorten.  

 

De opgave van het leven, de koan die ons leven is, is voor ieder van ons uniek.  Dat zegt ook Kafka in zijn onvolprezen verhaal Voor de wet (3):

 

Hier kon niemand anders binnengelaten worden, want deze ingang was alleen voor jou bestemd. 

 

Ieder van ons heeft zijn eigen opdrachtloze opdracht in het leven, ieder van ons heeft zijn eigen levensparadox te dragen, zijn eigen vorm en zijn eigen leegte.  Probeer je daar onderuit te komen, dan wacht je je hele leven lang met leven, blijf je vol verwachting, maar uitzichtloos zitten  staren naar de poortloze poort.  Tot uiteindelijk de poortwachter in je oor brult: Ik ga hem nu dichtdoen.

 

Wie te lang voor de poortloze poort blijft zitten piekeren tot hij een ons weegt, ziet die poort voor zijn neus dichtsmakken.

 

Zo staat het ook in Mumons voorwoord (4):

 

Wie aarzelt, is als iemand die naar een langs het raam galopperend paard kijkt.  Voor hij met de ogen kan knipperen is het al voorbij.

 

 

 

De grote WEG heeft geen poort.

Er zijn duizend verschillende straten.

Wie eenmaal deze poort doorschrijdt,

Wandelt in vrijheid door het heelal. 

_____________

(1) Hans van Dam, https://sites.google.com/site/weteloosheid/zen#TOC-De-Grote-Weg

(2) Kōun, Yamada (2010). De poortloze poort. Rotterdam: Asoka. (Ook te raadplegen via http://karinleeuwenhoek.com/Mumonkan.pdf)

(3) Kafka, F. (2009). De gedaanteverwisseling en andere verhalen. Amsterdam: Athenaeum - Polak & Van Gennep. (p. 215)

(4) Kōun, Yamada (2010). De poortloze poort. Rotterdam: Asoka. (p. 30)