Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 1 - 37 » 20 Een karmastok om onszelf te slaan

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Zo moesten we in onze jeugd onze schuld belijden, waarvoor we uit eigen kracht geen aanspraak op vergiffenis konden maken; alleen de voorspraak van Maria en alle heiligen kon nog soelaas brengen.

 

Gelukkig kunnen we het boeddhistische karma anders interpreteren. Daarin is niet meteen sprake van schuld of straf. Karma komt van het Sanskrit woordje kri, wat betekent doen. In ons doen ligt alles vervat: ons spreken, ons denken en ons handelen. Zo luidt het ook in het Confiteor: in woord en gedachte, in doen en laten. Maar er is een groot verschil. Het christendom gaat ervan uit dat je als mens je redding niet in de hand hebt, dat je per definitie zondig bent, en dat je aangewezen bent op redding van buitenaf, van God, die je genadig vergiffenis schenkt, al heb je die misschien niet genoeg verdiend.

De karmagedachte legt meer het accent op de consequenties van ons gedrag, of dat van onze voorouders (wie wij waren in vorige levens!). In zijn boek Expeditie geluk citeert George Schouten ene Geshe Michael Roach:

 

Elke keer dat je iets denkt, plant je een zaadje in je geest.(1) En een paar bladzijden verder voegt hij er zelf aan toe: Hoe elke kleine gedachte een afdruk in onze geest maakt. Dat alles wat we doen, zeggen of denken wordt opgenomen en rijpt in onze belevingswereld. (2)

 

Heel ons leven planten wij zaadjes, die onvermijdelijk en consequent tot leven zullen komen. Onze goede daden zullen rijpen en vrucht dragen, onze aanmoedigingen zullen anderen doen openbloeien, onze vriendelijke gedachten zullen de wereld zachter en leefbaarder maken. Het maakt allemaal uit, alles houdt verband met alles. Onze negatieve gedachten zullen onszelf en anderen neerhalen en leiden tot een doods leven, vaal, flets en wie weet op den duur totaal verzuurd.

 

 

Wat wij ook doen, het heeft gevolgen, het vergroot of verkleint de levensenergie waaruit wij putten. Als er al sprake zou zijn van schuld of straf, dan bepalen we die zelf tot op grote hoogte, en niet het noodlot! Als er al sprake zou zijn van zonde, dan wel in de betekenis van zonde van onze tijd, van onze energie, zonde dat we ons zo laten verleiden tot negatieve gevoelens, die uiteindelijk slechts leiden tot vernietiging van onszelf, onze naasten, ja zelfs van onze kinderen. Ieder moment van ons leven biedt ons de gelegenheid het roer om te gooien, het wrange verleden het verleden te laten en ons nog louter te concentreren op positief karma. Dat is het zout der aarde.

 

Dat positieve karma zal het ons ook makkelijker maken onze vorige levens achter ons te laten, ook al dragen we er de helaas vaak pijnlijke gevolgen van. Zo kunnen we ophouden telkens weer te vervallen in onze gewoontezwakheden, telkens opnieuw geboren te worden in lijden en verdriet om met een schone lei te beginnen aan leven tout court. Niet gisteren of straks, maar in de tijdloosheid van nu.

 

Onze opvoeding heeft ons getekend, ten dele misschien mismeesterd, onze ouders hebben ons soms te weinig liefde gegeven en ons ontmoedigd. Maar nu is het tijd om dat determinisme stilaan achter ons te laten en niet verlamd te blijven door, overigens begrijpelijke, woede.

 

Wie zijn woede loslaat en zijn medeleven koestert, wordt mooi, zegt de Boeddha tegen het meisje Mallika. Onze woede los-laten. Niet omdat ze niet gerechtvaardigd is, niet alleen omdat ze ons lelijk maakt, maar omdat ze op zichzelf kan ‘weg’ gezet worden, los van ons ware zelf, d.i. onze diepste kern, waarin we waarachtig en in heelheid verlangen te leven. Onze woede is onze woede, en maakt ons lelijk, ons leven is ons leven, en maakt ons mooi. Alles wat we doen heeft met alles te maken, in de eerste plaats met onze naasten. Onze verpletterende verantwoordelijkheid doet ons ervoor kiezen ons eigen en andermans leven zo mooi en waarachtig mogelijk te maken. Dan gaat ook het dode zaad van onze woede nieuw leven wekken, dat vrucht zal dragen. Aan de dode takken van onze woede zal nooit wat groeien.

_________________

(1) Schouten, G. (2011). Expeditie geluk. Een zoektocht naar zin en zen. Amsterdam: Nieuw Amsterdam. (p. 113)

(2) o.c., p. 119