Helpt zenmeditatie?  Heb je er wat aan?  Want als al die mooie, diepzinnige ideeën uit het Oosten geen handen en voeten krijgen in het leven - zoals - het - is, dan hoeft het voor mij niet.  Praatjes vullen geen gaatjes.

Een voorbeeld uit de praktijk. Ik kom van de tai-chi-les, spring in mijn auto en rijd richting station. Over twintig minuten moeten ik de trein halen.  Tijd zat. Opstopping in dorpsstraat.  Slagboom gesloten. Parking overvol. Op de parallelweg zijn er nog parkeerplaatsen.  Godzijdank! Ik zoek een plekje uit aan de overkant van de straat, sla af naar links, kijk niet in mijn spiegel, hoor een klap. Botsing met dame. De scheldpartij blijft gelukkig uit. Ik ben in fout zo groot als ik ben.  Hoe kon ik zo dom, gehaast, verstrooid zijn? Dit is echt niet zen!

Zen is duidelijk geen wondermiddel, dat je te allen tijde tevoorschijn kunt toveren om kalm en evenwichtig te blijven. Het is geen garantie om altijd en overal sterk, geduldig, grootmoedig te zijn en te blijven.  Je blijft jezelf erop betrappen  dat je zenuwachtig bent.  Je blijft je ergeren aan van alles en nog wat, je wentelt je in zelfbeklag meer dan goed voor je is. Je denkt nog al te vaak dat jij het monopolie hebt op pech, verdriet, ziekte en ongemak.  Maar… zen brengt je  ook iedere keer - en iedere keer weer wat sneller - bij de les. De les van het is nu eenmaal zo en niet anders, en daar zul je het moeten mee doen. Iets anders hebben we niet in de aanbieding.

 

Pijn, verdriet en ziekte zijn niet de wereld uit na een half uur mediteren.  Integendeel, vaak staan ze nog scherper in je ziel gegrift dan zonder meditatie.  Zen drukt je met je neus op de feiten.  Het behoedt je niet voor de rest van de dag tegen alle onheil. Alert zijn, wakker zijn is niet altijd een pretje. Soms is ontwaken als boeddha pijnlijk.  De verlichting, waar we naar uitkijken en die we denken te bereiken door toegewijde oefening, kan wel eens zwaar tegenvallen.  Toegeven dat je heel je leven in een illusie hebt geleefd is bevrijdend, maar die verlichting/opluchting is geen eindpunt. Het is een oproep.  Iedere keer weer verval je in je oude gewoonten, iedere keer weer moet je jezelf bij je haar uit je moeras trekken.

 

Een ingedeukt portier herinnert me nu iedere dag aan mijn onoplettendheid.  Hoe kon ik nu zo dom zijn? Geen idee. Is het een straf, een vingerwijzing, en eerste verwittiging, het lot, mijn karma?  Wie het weet, mag het zeggen. Waarom moest mij dit overkomen? Tja, waarom niet? We denken dat we recht hebben op een vlekkeloos parcours, maar het leven stuurt ons tegen een duizelingwekkende snelheid door duizend chicanes.  Levensgevaarlijk, en er is maar één manier om erdoorheen te komen: vertragen.  Wu wei, mee met de natuurlijke gang, die zich niet laat opjagen - en al zeker niet door mensen die hun trein willen halen.

Ach, het verhaal heeft ook zijn mooie kantjes.  Het was een knappe dame die op mij inreed, ze heeft me niet uitgescholden.  En…ze bleek met haar man een carrosseriebedrijf te runnen. Ieder nadeel heb ze voordeel. Ik weet waar naartoe.