Home » ZENTHEMA'S » Zenthema's 81 - 120 » 101 Antwoord!

Stel, je bent een man, gezond en wel.  Begin veertig. Getrouwd met een vrouw, gezond en wel.  Drie kinderen, gezond en wel.

Donder en bliksem. Kanker. Alleen een uiterst riskante operatie kan je vrouw redden.  De ravage aan haar lichaam zal niet te overzien zijn, om van de verwoesting in haar geest nog maar te zwijgen. Dit wordt een kwestie van overleven.

 

Hij stelt de waaromvraag, opstandig. Zij stelt de waaromvraag, moedeloos.

Hij wordt Job:

 

Waarom wordt licht gegeven aan ongelukkigen, 

en leven aan verbitterde mensen? 1

 

Waarom blijven de ongelukkigen, de verbitterden, die snakken naar de dood, in leven, terwijl wie in alle vezels leven wil, groots en meeslepend, geknakt wordt?

 

De man heft zijn vuist op tegen de dood, die hij voorvoelt: in zijn hart én in het lichaam van zijn vrouw.

 

De felle Doot, die nu geen wit magh zien,
Verschoont de grijze liên.
Zij zit omhoogh, en mickt met haren schicht
Op het onnozel wicht,
En lacht, wanneer, in ’t scheien,
De droeve moeders schreien.

 

Hij schreeuwt het uit: de dood, ziekte, lijden, het zijn allemaal  sadistische smeerlappen, die doelbewust hun pijlen richten op lieve, onschuldige mensen. De anderen verschonen zij. De dood lacht de rouwende moeders in hun gezicht uit.  Zo staat het er bij Vondel, in 1626. 2

Waarom treft het leed precies ons?  We stellen die vraag omdat we willen weten.  We willen weten om te begrijpen, om daarna te kunnen ingrijpen.  We willen iets doen, desnoods het onmogelijke. 

En als we alles hebben gedaan, het mogelijke en het onmogelijke, en niets blijkt nog te helpen? Als we alle vragen hebben gesteld en van nergens kwam er een antwoord?  Als de hemel zwijgt en God niet thuis geeft? Als we niet meer weten waar te kruipen van ellende en te pletter lopen op een ondoordringbare muur? 3 Wat dan? Geef je over!

Geef je over in de meditatie.  Leg alles neer.  Bij Kwan Yin, die vol mededogen luistert naar de noden van de mensen. Er komt geen antwoord meer, omdat er geen antwoord is. Leg alles neer, vertrouw alles toe aan de Boeddha, vertrouw alles toe aan de Hartsoetra, aan de Wijsheid voorbij alle wijsheid. Blijf wakend nabij in volle vertrouwen.

Helpt dat? Saint-Exupéry wijst ons op de kracht van de meditatie - hij noemt het gebed.

 

Plotseling besefte ik tot in de grond van mijn hart dat de grootste genade van het gebed is, dat ik geen antwoord krijg.

 

Dat ik GEEN antwoord krijg, dat is genade, dat is mij gegund. Want stel dat er een antwoord kwam, zou het ons bevredigen, onze pijn verlichten?  Zouden we er vrede mee nemen? Zouden we dat antwoord ook begrijpen en ons ermee verzoenen? Nee, geen enkel lijden kan verlicht worden door een antwoord.  Ieder antwoord is zinloos, vergroot alleen maar het verdriet.  Het is Gods wil?  God kán niet willen, want als hij dat kon, dan wilde hij in zijn almachtige goedheid toch niet dat wij pijn leden?  God beproeft wie hij liefheeft.  Onzin, vreemde manier om je liefde te tonen. Er is geen mensenantwoord. Alleen toevlucht. Tot wie dan?

 

Kwan Yin, de Boeddha, Christus, God,  zij hebben slechts reden van bestaan in de mate dat zij de uitdrukking zijn van het leven zoals het is: de eeuwige gedrevenheid om te leven én de vergankelijkheid daarvan. Omgaan met die paradox kan alleen vanuit mededogen. Mededogen kan de pijn verlichten als uitdrukking van een manier van leven in afhankelijkheid. Inter-zijn noemen ze dat tegenwoordig.  We zijn voor elkaar verantwoordelijk, ook als we niets meer kunnen doen dan waken en aanwezig zijn.

______________

 1 Het Boek Job: 3: 20 (Willibrordvertaling)

 2 Vondel, J. Van de. Uitvaert van mijn dochteren.

 3 Sutra van Kwan Yin. (http://www.mahakarunachan.be/wp-content/uploads/2010/12/06-Kuan-Yin-Lotus.pdf)